uitgesproken door Bob Duijvestijn

zondag 15 december

Kerstmis aan het front

Verplaatsen we ons naar 1914, het eerste jaar van de ‘Groote Oorlog’. De snelle opmars van de Centralen (Duitsland, Oostenrijk, Hongarije) werd in de Vlaamse Westhoek gestopt, doordat de Britten en de Vlamingen zich in loopgraven hadden verschanst en van daaruit de opmars van vooral Duitse soldaten en tanks hadden gestuit. De maanden erna waren gevuld met ondervoeding, uitputting, blubber en kou, snijdende kou. Soldaten pisten in hun broek om het ergens een beetje warm te krijgen. Intussen regende het kogels en granaten over en weer, waarna geschreeuw, paniek, pijn, bloed.

Alleen vandaag niet, 24 december 1914, kerstavond. De wapens zwijgen, er is de hele dag nog geen schot gelost. De geallieerden (Vlamingen en Britten) vertrouwen het niet. Bereidt de vijand misschien een verrassingsaanval voor? Ze blijven waakzaam en kijken schuw boven de loopgraaf uit. Aan de overzijde zien ze in de verte een lichtpuntje, nog een, en nog een. Dan horen ze een zacht geluid. Muziek? Een lied: Stille Nacht, Heilige Nacht, alles schläft, einsam wacht. Nu zetten ook de Vlamingen in: Stille nacht, heilige nacht, alles slaapt, eenzaam wacht. Dan sluiten ook de Britten zich aan bij de samenzang: Silent night, holy night, all is calm and all is bright.

Ineens steekt uit een Duitse loopgraaf een witte lap, vastgebonden aan een stuk hout. Een soldaat kruipt uit zijn schuilplaats en blijft rechtop staan, hij is ongewapend. Als er niets gebeurt, wenkt hij zijn kameraden. Nu wagen zich ook de Vlamingen de loopgraaf uit, gevolgd door de Britten. Op de smalle strook niemandsland tussen de Duitse en geallieerde loopgraven schudden ze elkaar de hand en omarmen ze elkaar. Ze wisselen cadeaus uit: de Duitsers hebben schnaps, de Vlamingen chocola, de Britten sigaretten. Er hangt een uitgelaten stemming. Bij iedereen? Nee, rond een Duitse soldaat is het rustig. Hij laat een foto zien van een jonge vrouw met haar pas geboren kind. Hij begint te snikken en laat een paar tranen vrij: hij heeft het kind, zíjn kind, nog niet gezien. Een Vlaming slaat troostend zijn arm om hem heen.

De volgende dag, eerste kerstdag, komen ze weer samen in het niemandsland tussen de loopgravenlinies. Ze wensen elkaar een vredige kerst en vrede in het nieuwe jaar, ze zijn opgewekt en vieren als het ware broederschap. Diksmuide is een kleine oase van rust en vrede geworden te midden van loopgraven, modderpoelen en ondergelopen bomkraters. Doodgewone, oorlogsmoeë soldaten hebben voor even het juk van de oorlog van zich afgegooid.

Dan komt een Brit met een voetbal aanzetten. Als op commando duiken enkele Britten en Duitsers hun loopgraaf in en komen terug met een geweer, bajonet op de loop vastgeschroefd. Door de bajonetten de modder in te wringen, worden de twee doelen afgepaald; dan worden de ploegen samengesteld en begint de sportieve strijd. De uitslag is niet overgeleverd, ik hou het op 1-1 of desnoods 3-3. In elk geval een uitslag, waar iedereen vrede mee heeft.

Iedereen vrede, daar gaat het vandaag en alle dagen ook bij ons om. Het beeld van de wereld aan het Westfront anno 1914 staat niet zo heel erg ver van ons af. Ook nu klinkt aan alle fronten luid of gesmoord de roep om vrede, of het nu gaat om het Haagse front, het front in Oekraïne of in Gaza, of waar ook ter wereld; beter gezegd: waar níet ter wereld. Deze vrede wensen we onszelf en elkaar, deze vrede wens ik u en uw geliefden.

Zalig kerstfeest.