door Marjelle Brussee
Eerst geloofde ik het niet. Twee vreemde mensen die vertelden dat mijn ouders waren omgekomen bij een auto-ongeluk. Ze waren die dag ondanks het slechte weer toch naar oma gegaan en ik wilde niet mee. Ik werd altijd depressief van mijn oma en was blij het huis een dag helemaal voor mezelf te hebben. Lekker doen waar ik zin in had. “We snappen dat het je overvalt”, zei de vrouw en keek heel bezorgd, “maar dit zijn de spulletjes die nog in de auto lagen.” Ik keek in het doosje en zag het handtasje van mijn moeder. Toen gebeurde er iets raars, het leek alsof mijn gedachten weg vluchten uit mijn lichaam, naar een plek waar dit niet echt gebeurde, niet waar was. Mijn lichaam voelde slap aan, alsof het verlamd was. “Je kunt hier niet alleen blijven”, ging de vrouw verder, “heb je iemand in de buurt wonen, familie misschien?” De woorden van de vrouw drongen nauwelijks tot me door. “Een oma of opa of een tante of oom?”, zei de man die probeerde oogcontact met mij te maken. Het kostte me enorm veel moeite om de vraag te begrijpen en te beantwoorden, alsof mijn hersenen vertraagd werkten. “Een tante”, hoorde ik mezelf uiteindelijk zeggen.
De vrouw had me geholpen met mijn spullen te pakken. Ik leefde nog steeds in een soort film, alsof dit allemaal niet echt was. Wezenloos liep ik naar het huis van tante Marga, de twee vreemde mensen achter me aan. Tante Marga begon meteen te huilen en daar stopte ze niet meer mee. Nou ja, alleen om even een boterham te smeren voor ons tweeën. Maar tante Marga en ik, we kregen allebei de eerste week nauwelijks wat naar binnen. Ik was toch al aan de magere kant en na een week hingen de kleren als lompen om me heen, alles was te wijd geworden. Het zag er niet uit. “We moeten nieuwe kleren voor je kopen”, zei tante Marga die het zich blijkbaar aantrok. We waren allebei nauwelijks de deur uit geweest die week en ik werd totaal overprikkeld door het winkelcentrum vol met knipperende kerstverlichting en de veel te hard klinkende kerstliedjes. Maar omdat ik nieuwe kleren mocht uitzoeken leefde ik toch even op. Tante Marga kocht een prachtige donkerrode getailleerde jas voor zichzelf die haar heel mooi stond. Misschien omdat ze door die week bijna niet eten was afgevallen.
Bij de uitgang van het winkelcentrum zat een kerstman. Tante Marga had de jas aangetrokken en de kerstman riep opeens “Hohoho, mooie dame, wacht eens even!” Hij stond op, kwam ons twee snoepstaafjes brengen, en stond toen zo openlijk te flirten met tante Marga dat het gênant was. Nog gênanter was het dat tante Marga zich duidelijk gevleid voelde. Ik wilde niets liever dan weg uit deze flipperkast maar tante Marga en de kerstman bleven maar klef doen. Toen ik begon te sputteren gaf hij haar zijn telefoonnummer. Ze hield het vast alsof het een briefje van 1000 was.
De kerstman bleek John te heten en kwam de dagen daarna elke dag op bezoek. Ik begreep niet wat ze in hem zag, ik vond het maar een slijmbal. En echt knap was hij ook al niet. Na een week gebeurde waar ik al bang voor was: ze vroeg of hij wilde blijven slapen. Dat wilde hij natuurlijk wel. Ik had er een slecht gevoel bij, ik vertrouwde hem niet. Ik had dus drie keer na moeten denken die avond toen ik ging douchen, en de deur op slot doen. Maar dat deed ik nooit en ik was nog steeds een halve zombie, dus ik vergat het. En toen kwam hij opeens binnen. Ik schrok me een ongeluk. Hij schoof het douchegordijn opzij en zei “He, he, nou kan ik je eindelijk eens van dichtbij bekijken.” Mijn hart bonsde opeens harder dan ooit van de angst. “Ga weg, griezel”, zei ik en probeerde me groot te houden. “Ik wil je alleen maar even aanraken”, zei hij met een rare smekende blik in zijn ogen. “Of misschien mag ik je afdrogen...” Hij draaide zich om om een handdoek te pakken en toen greep ik mijn kans, schoot de douche en de badkamer uit naar mijn kamer die God zij dank op slot kon. Ik zat een tijd naar adem te happen en het duurde wel een kwartier voordat ik weer enigszins kon nadenken. En de eerste gedachte was “Ik moet hier weg”. Ik kleedde me aan, stak mijn mobieltje in mijn zak en griste wat spullen bij elkaar. Ik klom door het raam naar buiten op het dak van de schuur en wist zo te ontsnappen zonder dat hij me had gezien.
Ik liep en liep en liep, verder en verder weg van mijn ouderlijk huis en dat van tante Marga. Het was fijn om te lopen, het hielp om mijn gedachten te ordenen. Ik moest allereerst zorgen dat ik ergens kon slapen vannacht. Zwervers sliepen vaak onder een brug had ik wel eens gehoord, dus liep ik net zo lang tot ik een brug gevonden had. Het was een heel een eind buiten de stad. Ik was vreselijk moe en het begon al te schemeren toen ik als een blok in slaap viel.
‘s-Morgens werd ik met een schok wakker omdat iemand mijn tas die ik als kussen had gebruikt onder mijn hoofd weg trok. Toen ik eenmaal besefte wat er gebeurd was, was het al te laat. Klootzak! Nu had ik alleen nog maar mijn mobieltje. Misschien kon ik op google een plek vinden waar ik gratis kon eten. Er zou toch wel ergens een soort opvangcentrum voor zwervers zijn? Want dat was ik nu opeens; een zwerver. Ik vond al gauw wat ik zocht en besloot meteen te vertrekken want het was nog een eindje lopen en ik barstte van de honger. Toen ik via google maps de weg probeerde te zoeken zag ik tot mijn schrik dat mijn mobiel op 30% stond. Dat betekende dat de batterij al een heel eind leeg was. Ik voelde mijn hart weer extreem hart bonzen. Mijn mobiel was mijn laatste houvast. Ik wist niet hoe ik anders moest overleven, dan wat ik nodig had op te zoeken op mijn mobiel. Gelukkig was het niet heel ingewikkeld om bij de zwerversopvang te komen.
Dat ik daar een veel te romantisch beeld bij had werd in het eerste kwartier al duidelijk. De andere zwervers die net als ik hoopten een ontbijt te krijgen, zagen me duidelijk als een bedreiging. “Waarom ga je niet terug naar huis kind? Je hoort hier niet!”, zei een oud vrouwtje dat nog maar een paar tanden in haar mond had. Ik wist niet wat ik moest zeggen. En toen een van de zwervers met een openlijk geile blik naar me keek, voelde ik me zo vies, dat ik opnieuw op de vlucht sloeg. Op een stille plek waagde ik het om in een prullenbak te graaien en vond zowaar een stuk brood. Het voelde enorm vernederend en tegelijk was ik als een hongerig dier zo blij dat ik iets te eten had.
Misschien waren er nog andere plekken in de stad, misschien een plek speciaal voor jongeren dacht ik. Tegelijk had ik daar onmiddellijk weer allerlei angst-antasieën bij, waardoor het bijzonder onaantrekkelijk was om weer een zoekopdracht te geven aan mijn mobiel die inmiddels op 25% stond. Misschien moest ik toch terug gaan naar tante Marga en haar alles vertellen. Maar toen ik het verliefde gezicht van Tante Marga voor me zag, zakte de moed me meteen alweer in de schoenen. Toen ik, steeds meer ongegeneerd graaiend in alle prullenbakken die ik tegen kwam, nog een paar stukken brood had gevonden en opgegeten, voelde ik me eindelijk niet meer zo slap, en kon iets beter nadenken. Misschien kon ik beter naar de politie gaan en aangifte doen. Terwijl er een stemmetje in me wist dat dat het beste was en dat ik die 25% moest gebruiken om een politiebureau te vinden, herinnerde ik me ook opeens dat ik net een nieuw spelletje had gedownload op mijn mobiel. Ach, het kon toch geen kwaad om even een paar minuutjes pauze te nemen van de hel waar ik in terecht gekomen was? Ik zocht het spelletje op en voor ik het wist werd ik totaal in beslag genomen door het spelletje, en vergat alles om me heen en al helemaal het feit dat mijn mobieltje bijna leeg was. Toen ik me uiteindelijk wist los te rukken uit deze zonder meer verslavende bezigheid gaf mijn mobieltje aan dat ik moest opladen. Mijn hart begon weer keihard te kloppen. Ik probeerde op google nog ’politiebureau’ in te toetsen maar toen werd het scherm zwart....