Ga eens op zoek naar de vele verschillende planten die van nature voorkomen in onze gemeente. Je hoeft alleen maar te kijken in de bermen langs de wegen, in de bossen, aan de akkerranden en zelfs tussen de straat- en stoepstenen. Elke plant is interessant; onkruid is maar een verzonnen woord. Als jij je er een beetje in verdiept, dan gaan die Beekse planten nóg meer leven. Misschien dat planten in de winter niet bloeien, maar er zijn nog genoeg interessante zaken in het buitengebied om eens goed te bekijken.
door Kees van Kemenade
In Driehuizen heeft bijna elke woning een beukenhaag en dat is een goede zaak. Ze passen mooi in het landschap en ze zijn uitstekend voor de biodiversiteit. Veel beter dan hagen met exotische struiken en daar reken ik coniferen ook onder. De beuk is een inheemse boom of struik en dus leven daarop talloze kleine en grotere organismen en die zijn weer voedsel voor grotere insecten. De beuk is waardplant, een soort gastheer, voor de meikever en voor ons grootste insect, het vliegend hert. Insecten vormen weer een voedselbron voor vogeltjes. Ze kunnen in de takken heel goed nestelen, zonder bang te hoeven zijn voor een kat of een grote vogel zoals de ekster of een andere kraaiensoort. Roofvogels, de top van de voedselpiramide, verschalken op hun beurt weer graag een vogeltje. Hagen van uitheemse struiken hebben die piramide van leven nauwelijks of niet.
We hebben de rode en de groene beuk en beide soorten houden hun verdroogde bladeren vast in de winter. Bekijk de haag maar eens goed; de langwerpige knoppen herbergen de blaadjes die in het voorjaar uit de knop komen. Er bestaat ook een haagbeuk, die verliest zijn bladeren wèl. Het is niet eens familie van de echte beuk. De blaadjes gelijken een beetje, maar ze zijn veel dunner.
Tegenwoordig hebben we een haag voor de sier en als afscheiding van onze tuin. Vroeger waren hagen bittere noodzaak. Het beschermde het gewas op de akkers tegen de vraatzucht van het vee. Runderen werden uitgeweid gedurende de dag en gingen in de avond terug naar de stal om mest te produceren. Die was voor de boer op de zandgrond echt nodig. De haag voorkwam dat de hongerige runderen de akker opgingen en beperkten hen tot plekken waar ze geen kwaad konden.