Deze spannende, verrassende, fantastische verhalen zijn geschreven door kinderen van groep 8 tijdens een workshop creatief schrijven (gegeven door juf Edith) op basisschool de Doelakkers in Hilvarenbeek.
Verhaal 14
Bet, Bert en Berta en daar vinden wij wat van: DEUREN!!!
door Daphne van den Bosch
‘BET, BERT EN BERTA KOM HIER!!!!!’ riep meneer Deur.
‘Wat?’ zei Bet.
‘Ik heb geen idee’, zei Bert.
‘We gaan wel kijken’, zei Berta.
BET, BERT EN BERTA krijsten: ‘Meneer deur?’
‘Jullie zijn ONtslaGEN.
‘WAT?’ riep Bet.
‘Ontslagen?’ jammerde Bert.
‘Doe toch niet zo zielig’, zei Berta. ‘We komen wel terug.’
‘Uh, nee’, zeiden Bet en Bert, ‘we zijn ontslagen.’
‘Wat voor dummies zijn jullie? Meneer deur is een deur!’
‘Uhm, Berta, we zijn ontslagen.’
‘O ja’, zei Berta, ‘laten we maar naar huis gaan.’
De volgende ochtend.
‘Wat zeg je, Klara Kaas? Meneer Deur is vermist?’
‘Jaaaaaaa!’ riep Bet.
‘Uh, Bet, dat is niet goed. Kom jongens, dit is iets voor Bet, Bert en Berta en daar vinden wij wat van.
Wat vond meneer Deur heel lekker?’
‘Bommen’, riepen Bet en Bert.
‘Ik zie al waarom jullie dat zeggen, zijn kantoor was een puinhoop.’
‘Nee, hij at bommen.’
‘Wacht eens even’, zij Bert, ‘is dat niet meneer Deur?’
‘Ja, maar er is iets vreemds aan hem. Hij heeft een geen toegang-teken op zijn borst gekregen. Er is maar één manier om dit op te lossen’, zei Bet.
‘Doei, ik ga.’
‘Uhm, nee’, zei Bert, ‘jij gaat mee.’
‘Berta wat doe jij nou?’
‘Meneer Deur openmaken’, zei Berta.
‘Nee Berta, jij gaat niet in die deu... en je bent binnen, maar ik kan je niet zien. Bert Bet kom kijken. Klara Kaas ga weg. Oké. Zo we zijn in meneer Deurs lichaam. Wooooow, nooit geweten dat dit zo LELIJK was. AAAAAAAH! Een unicorn.’
‘Correct. Wacht, nee, ik ben een duivelse unicorn.’
‘Wat moeten we doen om meneer Deur te redden?’
‘Wacht, hoe wisten jullie dat je iets moest doen?’
‘Berta heeft te veel films gekeken.’
‘Oké dan, jullie moeten het deurenleger verslaan.’
‘Maar hoe?’ jammerde Bet.
Bert had een idee. ‘Meneer Deur werd toch vermist nadat Berta hem had opengedaan?’ ‘Ja,’ zeiden Bet en Berta. ‘Maak die deuren open!’ krijste Bert.
Eén voor één maakten Bet, Bert en Berta de deuren open.
‘Er moet nog één deur geopend worden’, krijste Bert. ‘We kunnen dit.’
Ze slopen naar de laatste deur en KABOEM, die explodeerde.
‘Wauw, meneer Deur, u bent terug.’
‘Ja en dit was een droom.’
‘Nee!’ krijsten Bet, Bert en Berta en ze werden tegelijkertijd wakker.
Een deurig einde.
Niet hèt einde, dit is geen droom. Jullie hebben de taak volbracht. Nu moet je nog langs mij, de duivelse unicorn.’
‘Wie wil er een snoepje?’
‘Ik’, zei de duivelse unicorn.
‘Laat ons gaan en tover meneer Deur terug en je krijgt een snoepje.’
‘Oké.’
POEF.
Alles is weer normaal. Alleen niet jij. Jij bent op aarde niet in meneer Deur.
‘Hoelang zat je daar al?’
‘Heel mijn leven.’
‘Nou, doei, ik ga genieten van mij snoep.’
Nu wel een deurig einde!!!
Een leuke grap nog voor de vaders: hoe heten agressieve donuts?
punching donuts.
Verhaal 15
De geheimzinnige deur
door Nelise Olthuis
Nelise en Henk mogen van hun ouders in het bos spelen. Nelise kijkt naar de klok.
‘Het is nu 11.00 uur’, zegt ze.
‘We kunnen nu al wel gaan’, zegt Henk, ‘maar we moeten echt opletten, want mijn ouders zeggen dat je absoluut niet naar de geheimzinnige deur in het bos moet gaan.’ ‘Hoezo niet?’
‘Veel mensen zeggen dat daar spoken zijn en anderen zeggen dat daar een oude man op je zit te wachten.’
‘Oh, eng, maar kom we gaan.’
Nelise en Henk fietsen naar het bos toe.
‘We zijn er’, zegt Henk.
‘Maar zou dat echt waar zijn, dat er echt iets achter de deur zal zitten?’ vraagt Nelise nieuwsgierig.
‘Dat weten we niet, maar wacht eens even... Hoezo vraag je dat?’ zegt Henk.
‘Uhhh, gewoon. Ik ben gewoon nieuwsgierig.’
‘Oké. Ik weet dat je naar die deur wil. Kom we gaan’, zegt Henk.
‘Ik zie de deur!’
Nelise en Henk rennen naar de deur toe.
‘Oh, ik wist niet dat het er zo eng uit zag.’
‘Niet zeuren, Nelise, jij wilde gaan.’
‘Ja klopt, we gaan al.’
Nelise klopt zenuwachtig op de deur en zegt: ‘Hallo, is hier iemand?’
Niemand geeft antwoord. Henk doet de deur open het is donker en doodstil.
‘Ga jij maar eerst,’ zegt Henk zenuwachtig.
Nelise loopt voorop. Ze ziet oude meubels en veel spinnenwebben. Tot ze allebei een omgedraaide stoel zien. Ze kijken elkaar aan met paniek in hun ogen, maar ze moeten muisstil zijn. Henk loopt per ongeluk op een hondenspeeltje. De stoel draait om en Henk staat doodstil van paniek. Nelise verstopt zich en de man roept: ‘Hallo, wie is daar?’
De man loopt verder naar Henk toe en nu raken ze allebei in paniek. De man komt steeds dichterbij. Nelise en Henk roepen tegenlijk: ‘Stop, stop, het spijt ons!’
Tot Nelise tegen de lichtknop valt. Het licht gaat aan en nu zien ze dat het geen oude enge man die voor hun staat, maar de vader van Henk.
De vader van Henk zegt: ‘Dit was een test. Jullie hebben de test gefaald.’
Nelise en Henk lachen zenuwachtig.
‘Dus de volgende keer luisteren jullie naar jullie ouders, oké?’
‘Ja, dat beloven we.’
Einde