Deze spannende, verrassende, fantastische

verhalen zijn geschreven door kinderen

van groep 8, tijdens een workshop creatief

schrijven (gegeven door juf Edith) op

basisschool De Doelakkers in Hilvarenbeek.

Verhaal 18

De enge clown

door Anne Meurrens

Ik en mijn vriendin liepen gewoon in de wijk, want dat doen we wel vaker. Wat bij te kletsen. We zitten allebei op dezelfde school. Eerst zaten we bij elkaar, maar nu niet meer, want we zaten heel misschien heel vaak te kletsen tijdens de les. Dus we zijn uit elkaar gezet. Dan gaan we maar na school kletsen.

Wij liepen zo door het steegje waar we wel vaker lopen. Plots hoorde mijn vriendin Lara een geluid en zei dat het klonk als een clown.

Ik zei: ‘Stel je niet aan, er is echt geen clown, hoor.’ Toen hoorden we geritsel achter de klimop van de muur. ‘Ik zei het toch’, zei Lara, ‘er is echt een clown.’

‘Oké, we gaan kijken.’

Er was een deur waar een plaatje op stond: niet aanraken en binnenkomen. Lara zei: ‘Zullen we naar huis warme chocolademelk drinken?’ Ik zei: ‘Nee! We gaan naar binnen.’

‘Ja dag!’ zei Lara, ‘ik dacht het niet.’ ‘Kom op’, zei ik, ‘we gaan naar binnen.’ ‘Oké dan, omdat we met zijn tweeën zijn.’

Daar gingen we naar binnen.

We zagen een binnenspeeltuin. ‘En jij was bang, hahahaha. OKE WE GAAN SPELEN.’ ‘Dacht het niet’, zei Lara.

‘Oe, achtbaan.’

Ik rende zo hard mogelijk naar de achtbaan. ‘Je kan ook nooit luisteren’, zei Lara achter mijn rug. ‘Ik kom al,’ zei Lara.

‘Kom snel zitten, de achtbaan gaat zo. Jaaaaa. Daar gaan we. AAAAAAAAAAH!’

Boem, daar lagen we op de grond in een vies bos.

‘Wat is dit?’ ‘Duh, een bos.’ ‘Hallllooooooo’, hoorden we. Hier komt die enge clownstem vandaan.

‘Jullie krijgen 4 opdrachten en jullie hebben drie levens’, zei de clown. ‘Oké, wat werd hier nou weer gezegd?’ zei Lara. ‘Ben jij doof? Hij zei dat we 4 opdrachten krijgen.’ Ik kon mijn zin nog niet afzeggen of Lara zei: ‘Ja, dat hoor ik wel, maar we hebben drie levens. Dus we moeten goed ons best doen.’

Aaaaaa, daar kwam iemand recht op me afgerend. Het was een clown.

Hij zei: ‘Jullie krijgen de eerste opdracht. Sla deze kleinere clowns tot moes.’ ‘Maar...die zijn zo schattig.’ ‘Boeit niet’, zei ik. Daar gingen we dan, er waren bloed en tranen. En toen versloegen ze ons.

De clown zei: ‘Jullie eerste leven gaat er af.’

Toen kwam er nog een clown.

‘Jullie moeten deze kuikens tot moes slaan.’ ‘Niet weer...’ Daar gingen we dan weer. Bloed en tranen. Er kwamen er weer meer en meer en toen hadden we weer verloren.

Daar ging ons tweede leven. ‘Doei,’ zei de clown.

Toen kwam er nog een clown.

Lara zei: ‘Ik wil naar huis.’ Ik zei dat dat nu niet kan, want we moeten vast weer iemand verslaan. We zagen de clown steeds beter. Het was een gezellige clown. Die zei: ‘Jullie moeten elkaar tot moes slaan.’ ‘Dacht het niet!’ ‘Oké, dan een wedstrijd.’ ’Gelukkig,’ zei ik.

‘Wie als eerste de 3 clowns verslaat binnen drie minuten.’ Daar gingen we, weer bloed en tranen. ‘Ting, ting, de tijd is om’, zei de clown.

Weer verloren. We hebben nog maar nul levens.

En toen gingen we tegen de eindbaas, de grootste clown ter wereld die ik ooit heb gezien.

‘Jullie moeten mij verslaan.’ Ik zei: ‘We hebben nog maar nul levens, hoe gaan we dit ooit halen?’ ‘Au, hij sloeg mij’, zei Lara. ‘Oké, we moeten gaan vechten.’

Boem! Daar lagen we op de grond.

Ik hoorde: ‘Annnne! Annnneee!’

Lara zei: ‘Word wakker.’

Ik werd wakker.

Lara zei: ‘Je bent aan het dagdromen.’

We stonden voor de deur en ik zei: ‘Zullen we naar huis gaan, voor warme chocolademelk?’

‘Oké, is goed’, zei Lara.

Verhaal 19

De geheimzinnige deur

door Anna Hagoort

´Zullen we naar het bos?´ zei ik. ´Nee ik heb er niet zoveel zin in´, zei Liselot.

´Maar ik heb een super goed idee om te gaan doen, maar ik wil nog niet vertellen wat.´ ´Oké, zei Liselot, we gaan.’

We lopen naar het bos, een paar minuten later zijn we er.

Ik zie daar iets in de verte´, zei Liselot, ‘alleen ik weet niet wat.’ ´Dat is vast iets van een deur of zo´, antwoordde ik.

‘Zullen we daar eens kijken?’ vroeg Liselot. ‘Oké, maar daar is helemaal niks bijzonders’, antwoordde ik.

We lopen naar de deur en zien iets van een bord met een poppetje die een hand uitsteekt.

´Het lijkt wel iets dat we op school hebben geleerd’, zei Liselot. ´Ja, dat van dat je hier niet mag komen of zo’, zeg ik.

‘Nee, dat je er juist wel mag komen´, zei Liselot. ´Nee, juist niet! ´ zei ik.

´Oké, ik heb een ideetje´, fluisterde ik. ´We gaan gewoon naar binnen en kijken wel wat er gebeurt. Zo te zien zit hij niet op slot.’

´Oké, nog heel eventjes nadenken....JA, NATUURLIJK!´ schreeuwt Liselot.

Ik doe de deur open en kijk naar de opening.

´Ik zie helemaal niks´, zeg ik. Liselot zegt niks en doet een stap naar binnen. Het enige wat ik hoor is geschreeuw.

´LISELOT, WAAR BEN JE?!!’ roep ik heel hard. Ik krijg geen antwoord. Zonder te twijfelen spring ik naar beneden. ´LISELOT!´ schreeuw ik nog een keer, maar dan twee keer zo hard.

Ik ben nog steeds aan het vallen, totdat ik na een paar seconden landt in een megagroot plofkussen. Liselot ligt ook op het plofkussen, ik loop naar haar toe. Liselot staat op en loopt naar mij toe.

´Wat is dit en waar zijn we?’ vraagt Liselot zich af. ‘Geen idee’, zeg ik.

We stappen van het plofkussen af en zien een huisje met een puntdak en gebroken ramen.

‘We zijn in een diep donker en eng bos’, zegt Liselot heel bang. We horen een deur kraken en er komt een eng oud mannetje naar buiten gelopen, hij zegt iets maar ik kan het niet verstaan. We lopen heel stil verder. Wij hebben niet eens door dat hij ons achtervolgt.

Een paar minuten later zien we iets, iets heel groots en engs voor ons staan.

´HAHAHAHAHA´, horen we achter ons. We draaien om en zien het enge mannetje staan van dat oude enge huisje.

´Wat doen jullie hier?´, vraagt de enge man. ‘Ik zag jullie zomaar uit de lucht vallen.´ ‘Wat maakt het uit?’, vraagt Liselot.

Het standbeeld begint te praten.

We draaien ons om en het standbeeld zegt; ´Hoi, jullie gaan tegen elkaar strijden, jullie gaan een parcours lopen en wie dat het snelste heeft gedaan, kan geld en goud verdienen. Als je het haalt, dan kan je terug naar de gewone wereld, maar als je valt ben je dood. We beginnen binnen, 3, 2, 1, NU.´

De deuren gaan open.

Liselot en ik rennen zo hard als we kunnen, een paar seconden later zien we dat de oude enge man een heel stuk voor ons ligt. ´O nee’, zegt Liselot, ‘we liggen heel dik achter.´

Nu komt het aller moeilijkste onderdeel, over een heel dun touw lopen boven lava.

‘O nee!’ zeg ik.´De oude enge man is nu al op de helft en wat nog erger is, is dat dit het laatste onderdeel is´ zeg ik jammerend.

‘We kunnen dit!´ zegt Liselot. ´Ik ga eerst.´

Liselot loopt over het mega dunne touw.

´De oude enge man is er bijna!´ roep ik.

De oude enge man staat heel erg te wiebelen, op een been. En plotseling gebeurt er iets.

‘DE OUDE ENGE MAN VALT!’ roep ik heel hard.

‘Nu even niet!’ roept Liselot. ‘Ik ben er bijna!’

Ik neem een stap op het touw en probeer heel snel naar Liselot te gaan.

´WE ZIJN ER!´ roepen we in koor.

We zijn plotseling weer in het bos.

We rennen naar huis en vertellen niks aan mama en papa.