Deze spannende, verrassende, fantastische verhalen zijn geschreven door kinderen van groep 6, tijdens een workshop creatief schrijven (gegeven door juf Edith) op basisschool De Doelakkers in Hilvarenbeek.

Doen!

door Esmée

Er waren ooit twee bomen. De ene boom zei: ‘Wat zou er achter de horizon zijn?’

De andere boom antwoordde: ‘Geen idee.’

Vijf jaar later vroegen ze nog een keer aan elkaar: ‘Wat zou er toch achter de horizon zijn?’ ‘Geen idee’, antwoordde de andere boom.

‘Ik hoop dat ik er ooit achter kom.’

‘Ja, ik ook’, antwoordde de suffe boom.

‘Zou er misschien poep achter de horizon zijn of een berg bananen of duizend taarten of of duizend kleine kindjes die lekker aan het spelen zijn en plezier hebben of duizenden kristallen, diamanten en goudstaven?’

‘Ja, ik hoop dat dat waar is.’

En zo gingen ze jaren door,

totdat het op een dag ging donderen en bliksemen.

Opeens verscheen er een duistere man. Hij had een zwarte verscheurde mantel aan en zat helemaal onder het bloed en zei: ‘Ik heb jullie jaren horen praten, lachen en horen zeggen wat zou er achter de horizon zijn? Ik betover jullie nu en dan kunnen jullie lopen.’

De twee bomen schrokken, maar waren tegelijkertijd ook blij. Toen ze konden lopen, pakten ze hun spullen en gingen op pad.

Ze liepen en liepen, dag in dag uit, week in week uit, jaar in jaar uit. Tot ze op een dag achter de horizon kwamen.

Ze zagen suikerspinkraampjes, leuke spulletjes en alle dingen die je zou willen hebben. Toen ze alles hadden gezien, liepen ze naar huis en hadden na jaren wachten, antwoord op hun slimme vraag... wat was er achter de horizon.

Dat is eigenlijk geheim....

De vreemde man

door Sophie Nijenhuis

Ik liep op de stoep en de bliksem sloeg in. Ik werd opgezogen. Ik dacht is dit het einde van mijn leven of toch niet? Ik was beland in een huis en ik hoorde de bel. De politie kwam binnen en ze hielden me aan. Ik dacht wat gebeurt er met mij? Ze stopten mij in de politieauto en ik werd naar het politiebureau gebracht omdat ze dachten dat ik had ingebroken. Maar dat was niet zo vertelde ik, maar ze geloofden me niet.

Dus ik werd in de gevangenis gestopt. En ik riep de hele tijd ik heb het niet gedaan! Maar ze lieten mij gewoon in de gevangenis. Ik riep: ‘HELP!’ maar niemand hoorde mij. Ik ging maar slapen.

Midden in de nacht werd ik wakker, ik zag een rare man en die rare man zei: ‘Weet jij waarom je in de gevangenis zit?’

Ik zei: ‘Nee.’

‘Nou, ik weet het wel. Ze verdenken jou. Ze denken dat jij hebt ingebroken.’

Op dat moment kwam de politie binnen. Ze pakten hem op en lieten mij vrij.

En toen werd ik wakker.