Ga eens op zoek naar de vele verschillende planten die van nature voorkomen in onze gemeente. Je hoeft alleen maar te kijken in de bermen langs de wegen, in de bossen, aan de akkerranden en zelfs tussen de straat- en stoepstenen. Elke plant is interessant; onkruid is maar een verzonnen woord. Als jij je er een beetje in verdiept, dan gaan die Beekse planten nóg meer leven. Aan het einde van de winter en begin lente staan er grote veranderingen te gebeuren.
door Kees van Kemenade
Een takje van een lariksboom in de bossen van Het Stuk is eigenlijk heel bijzonder. Deze naaldboom verliest als enige zijn naalden als de winter invalt. Gewoonlijk kunnen de naalden, dat zijn de bladeren van de naaldboom, best winterse omstandigheden verdragen, maar die van de lariks niet. Ze worden in de herfst mooi goudgeel voordat zij afvallen.
De kegeltjes, de vrouwtjes van de boom, zitten er nog aan, helemaal verdroogd. Hun zaadjes hebben ze in het najaar op de wind laten meevoeren. Van de mannelijke kegeltjes is niets meer over.
Uit de knopjes komen binnenkort bundeltjes met mooi groen gekleurde naaldjes. Ik heb ze nooit geteld, maar neem aan dat het er wel tegen de twintig zijn.
De stam is kaarsrecht, je zou er zo een scheepsmast van kunnen maken. Hij kan wel ruim dertig meter hoog worden. In De Oranjebond, het landgoed nabij Esbeek, zag ik een hele plantage met lariksen, aangeplant voor het hout. Het heeft een flinke hardheid, dus je kunt het goed gebruiken in de bouw, of als rondhout voor gebruik buiten. Er zit namelijk veel hars in en dat remt rotting af. In de kachel zou ik het maar niet stoken, want dat hars vervuilt de zaak enorm.
Even nog iets over de naam: lariks is afgeleid van de aanduiding in het latijn, Larix. De Nederlandse naam, die je minder hoort, is Lork.